Menu
Achtergrond

3 vragen over innovatie die je jezelf moet stellen

Ga niet zo maar aan de slag, maar denk eerst goed na.

Innovatie blijft een vaag begrip, waarbij je vermoedelijk eerst een plaatje van een laboratorium voor je ziet, of een aantal moeilijk kijkende nerds die met ongrijpbare dingen bezig zijn. Met deze 3 vragen krijg je veel meer grip op de materie.

Je organisatie aan het innoveren krijgen is een moeilijke klus. Veel ideeën die er leven lijken op het oog zeer aardig, zeker als ze zo enthousiast mooi worden gepresenteerd door de bedenkers van die ideeën. Maar het kan snel uit de hand lopen.

Volgens Mary Mesaglio, analist bij Gartner, hebben de leiders binnen een organisatie, bijvoorbeeld de CIO, al snel de neiging om alle uitdagingen die bij het innovatieproces horen in één adem te behandelen. Dat levert veel verwarring op, niet alleen in je team maar ook bij jezelf. "Het is juist heel belangrijk om de onderstaande drie vragen aan je zelf te stellen, en ook in de volgende volgorde", zegt Mesaglio.

Vraag 1: Heeft het idee enige waarde?

Volgens Mesaglio moet elk goed idee duidelijk laten zien dat er goed is nagedacht over wie het gaat meehelpen en op welke manier dat gebeurt. "Met andere woorden, voordat je iets nieuws bedenkt en maakt, zorg dat je precies weet voor wie je het gaat maken."

Het maken van een prototype kan een vaag idee al meer body geven, zegt Mesaglio, beter dan woorden kunnen doen. Het gaat er daarbij niet om dat het prototype precies kan wat het eindproduct of dienst moet kunnen doen, het kan zelfs een tekening, foto, video of een simulatie zijn. "Het doel is een idee duidelijk genoeg te maken om al in een vroeg stadium te beslissen over verdere uitwerking - of het idee te laten vallen."

Vraag 2: Hoe moet het idee verder worden uitgewerkt?

In de volgende overwegingsfase zijn er twee belangrijke punten die je mee moet nemen, zegt Mesaglio. Zal het idee de strategie van het bedrijf ondersteunen en hoe groot kan de waarde ervan zijn?

"De volgende stap is het idee verder vorm te geven", zegt ze. "Belangrijk hierin is niet te proberen om alles al vooraf in te vullen, hoewel in deze fase wel rekening moet worden gehouden met de beveiliging of wettelijke bepalingen."

Het idee moet door de teams steeds worden bijgeschaafd tot het punt is bereikt waarop je het in zijn minimale vorm kan gebruiken, zegt Mesaglio. Van daaruit kan je een kleine groep gebruikers ermee laten spelen. De derde en laatste vraag hangt af van de ervaringen die die eerste kleine groep opdoet met het product, hoe het aanslaat en op welke manier ermee wordt omgegaan.

Vraag 3: Hoe schalen we het idee?

De term schalen wordt hier gebruikt voor de mate waarop een product of oplossing frequent kan worden gebruikt door veel gebruikers. Veel IT-leiders stellen die vraag onbewust al samen met de eerste vraag, maar het is heel belangrijk om die vraag pas aan het eind te stellen, vindt Mesaglio.

"Als je de vraag over klantwaarde op het zelfde moment stelt als de vraag over de schaalbaarheid, dan is er het gevaar dat de conversatie alleen maar over schaal gaat en niet meer over de waarde en loop je het risico dat goede ideeën verloren gaan", zegt ze. "Hoe kunnen we dit uitvoeren? Wat wordt de impact op de systemen die we hebben? Waar komt de data vandaan? Die detailvragen zorgen ervoor dat de waarde-vraag vaak wordt vergeten, wat uit kan draaien op een perfecte uitvoering van een verder waardeloos idee."

Vernietiging van bedrijfsmiddelen

Met andere woorden: we zijn met z'n allen zo veel bezig met de uitvoeringsvraag dat we vergeten onszelf af te vragen welke waarde we nu eigenlijk creëren voor onze klanten en onze organisatie. Of we voeren zaken uit waarvan we zeker weten dat we die kunnen opschalen, wat weer leidt tot meer van hetzelfde en een gemis aan de gewenste verandering.

"Dat is een enorme verspilling aan bedrijfsmiddelen als geld en tijd", vindt Mesaglio. "Om dat te voorkomen moeten de leiders in de organisatie er zeker van zijn om de vragen gescheiden te houden, heeft het idee klantwaarde, daarna pas kijken hoe je het kan vermarkten, en wel in die volgorde."

17 / 24